Magische ontmoetingen in Kenia

Toen ik de kans kreeg om een regio in Kenia te bezoeken waar zwarte luipaarden leven, bedacht ik me geen moment. Al snel bleek dat dit avontuur met recht de titel Magisch zou gaan verdienen. Moeder Natuur bleef mij maar ontroeren en ik ontmoette gidsen die net zo genoten van deze verrassingen als ik. En dit kleurde de safaritrip op alle mogelijke manieren.

Op avontuur, ik hou er van

Met een rugzak vol nieuwsgierigheid en mijn broekzakken gevuld met stiekeme hoge verwachtingen reis ik naar Nairobi en vlieg van hieruit in een uur naar Nanyuki in centraal Kenia. Er volgde een drie uur durende hobbelige, stoffige weg om bij de lodge waar ik logeerde, uit te komen. Een lodge die eigendom is van een lokale vrouwengroep en jaren geleden gebouwd is als herberg. Duidelijke Afrikasfeer en kneuterige Afrikaanse gezelligheid kenmerken de plek, inclusief beestjes in mijn kamer, een kruik in bed en bushgeluiden in de nacht.

Laikipia is de regio waar meerdere luipaarden voorkomen met een bijzondere genetische variatie: Door extra pigment lijkt hun vacht bijna volledig zwart. Af en toe, in het juiste licht, zie je nog iets van kleurverschil waardoor de voor de luipaard zo kenmerkende vlekken zichtbaar zijn.

Ik reis in juni. Het is droog en stoffig. De koude ochtendwind vergezelt mij in de open auto, maar rond negen uur neemt de zon het over en stijgt de temperatuur. Vier hele dagen ga ik samen met gidsen op avontuur om te kijken of we een zwart luipaard kunnen vinden. Giza is het bekendste zwarte luipaard en heeft twee, bijna volwassen welpen. Broer en zus zijn uit elkaar te houden door een paar stippen op de snuit die van elkaar verschillen. De jongelui zijn allebei gevlekt, net zoals de ouders van Giza.

Verwachtingen

Voorafgaand aan mijn reis kan ik me niet inbeelden dat ik een zwart luipaard zal treffen, en deze “twijfel” blijkt helemaal niet raar te zijn als ik hoor dat Giza al weken niet is gezien. Behalve luipaarden is het gebied zeer wildrijk dus vrees voor een niet-succesvolle safaritrip heb ik totaal niet. Direct op de eerste dag laat Giza zich zien. Iets gehaast maar wel samen met haar kroost. Ze nemen mij mee in hun dagelijks leven: een knuffel, een correctie en een zetje om de jacht in te zetten en dan verdwijnen ze weer.

Op dag twee geniet ik van het landschap. Grévyzebra’s, met hun witte buiken en grote oren scharrelen rond, giraffen worden wakker en passen perfect in het plaatje met de opkomende zon. We beleven een dag op de savanne, maar van de luipaarden is geen spoor te vinden. Als de avond valt denkt mijn gids het gedrag van Giza echter te kunnen voorspellen. Haar vaste patronen, de reacties van vogels en kleine veranderingen in de omgeving geven de gidsen aanwijzingen die voor mij ongrijpbaar zijn. De auto wordt geparkeerd, en de motor wordt uitgezet. Ik besluit de gids op het dak te vergezellen en samen wachten we op wat komen gaat. Ik kan me niet voorstellen dat de gids weet welke route Giza gaat lopen, maar vanuit het struikgewas popt haar zwarte lichaam op. Gracieus loopt ze, traag, doch gestaag, richting onze auto. Even hebben we oogcontact, en daar vervolgt ze haar weg. Haar heldere ogen kijken doelgericht de wereld in en de vage vlekken van licht en donker zwart laten duidelijk zien dat ze een luipaard is. Als ik naar mijn gids kijk, zie ik dezelfde emotie die ik zelf voel.

Giza

Ik verwacht niet dat mijn geluksmoment van dag twee overtroffen kan worden. Maar het krijgt wel een vervolg. Eerst treffen we de jonge luipaarden. Ze dollen wat, springen op rotsen, oefenen jachttechnieken, pesten elkaar en dan volgt een stoeipartij tussen broer en zus waar menig moeder tussen zou springen. Moeder blijkt in de buurt te zijn en als ze hun weg met z’n drieën vervolgen kunnen we ze een tijdje volgen. Ik hop weer op het dak van de Landcruiser en heb geweldig uitzicht op het drietal. Giza lijkt zowel te genieten van het samenzijn met haar kinderen als ze voor te bereiden op het volwassen, harde leven.

Familie-gevoel

De plek op het dak van de Landcruiser wordt mijn favoriete plaats deze reis. Als we langs een waterpoel rijden verschijnt daar een familie olifant. Een leidinggevende dame voorop, gevolgd door leden van diverse generaties. Ze wandelen kalm naar de waterkant en de stoet lijkt geen einde te krijgen. Ruim een uur zitten we muisstil geboeid toe te kijken. Dorst wordt gelest, er volgen was-rituelen en sociale trainingen tussen tieners en de jongste telgen van de groep. Ik hoor de olifanten spetteren met water en zie kleine onhandige slurfjes in de modder wroeten. Als ik wat bijzondere geluiden achter mij hoor, blijkt er een achterblijver langs te lopen. Met elegante tred en zacht wapperende oren wandelt een enorme olifantenstier achter de auto langs. Groot en stoer, maar zo zacht als een muis. Alsof de reis nog niet genoeg cadeaus heeft gebracht, treffen we tijdens een vroege-ochtend-game drive een leeuwenfamilie. De oude garde heeft duidelijk plannen om uit te slapen maar drie welpen sporen de ouders aan tot actie. Ze wandelen over de savanne en de boefjes springen in een boompje. Ze spelen en pesten elkaar. Ze trekken elkaar aan de staart, duwen elkaar van de takken af en knuffelen vervolgens weer liefdevol. 

Het afscheid valt mij zwaar. Ik krijg nog een stevige knuffel van Willem, de gids met wie ik zoveel onvergetelijke momenten op het dak van de landcruiser beleefde. Met de gedachte dat ik me ook nu weer verbaas over hoe Moeder Natuur en mooie verhalen zorgen voor verbondenheid en met de belofte dat ik terugkom, word ik uitgezwaaid door mijn nieuwe vrienden.

Deel dit bericht

Zoeken